Praatje, plaatje… gaap!

tagesschau-1Zijn de journaals, zoals we ze kennen van de NOS, RTL en bijvoorbeeld ARD, nog wel van deze tijd? Serieus kijkende talking heads die van praatje naar plaatje gaan en afsluiten met “Een heel prettige avond”? Nieuwsprogramma’s bovendien, die vrijwel alleen als doorgeefluik fungeren van het belangrijkste nieuws van de dag.

Omgangsvormen zijn al jaren veel losser. Maar bij de meeste omroepen presenteren iedere avond weer één of twee anchors op afstandelijke, statige en statische manier het nieuws. De gezichten staan strak en de toon is deftig, haast geaffecteerd. Vreemd, want autoriteit zit hem niet in een blik of in het taalgebruik. Het zit hem de inhoud en in de betrouwbaarheid van berichtgeving. De Amerikaanse professor Michael Rosenblum had er in 2004 een simpele verklaring voor. Nieuws op televisie is begonnen als een kopie van de radio en sindsdien is er niets veranderd: “Waar je ook komt, het is overal hetzelfde in de wereld. De nieuwslezer is een mannetje met een jasje en een stropdas.” (VPRO-Gids, 22 mei 2004). Ik krijg er als kijker in ieder geval jeuk van. Gooi dat juk af, wees een Claus en bevrijd jezelf! En graag ook gewone mannen en vrouwen achter de voorleestafel. Dus geen toontje, niet overdreven geaffecteerd, niet zo afstandelijk en veel minder gepolijst… bijna zoals het echte leven. En de setting? Waarom eigenlijk altijd zo’n saaie tafel en een frontaal camerastandpunt? Waarom niet een lekker zittende stoel? Staand zonder tafel kan ook, zoals bij het NOS Journaal op 3. Of doe eens gek en maak een uitzending op locatie. De NOS heeft het goed begrepen door anchor Philip Freriks naar Kabul te sturen, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in Afghanistan.

Een tweede punt is dat de gewoonten van nieuwsconsumenten veranderen. De tijd is voorbij dat mensen om acht uur ‘s avonds de televisie aanzetten, om te horen wat het belangrijkste nieuws is. De nieuwe generatie voelt zich niet langer gebonden aan tijd en plaats. Zij zoeken informatie wanneer zij dat willen, via de mobiele telefoon of de laptop. Krantenmakers beseffen, rijkelijk laat, dat ze zich moeten aanpassen. Steeds minder mensen willen wil bij het ontbijt oud nieuws op papier. Zie ook het recente artikel in de New York Times daarover. Ze zijn al op de hoogte via bijvoorbeeld radio of mobiele telefoon. Een aantal van hen heeft al extra informatie gezocht op internet. Kranten moeten zich dan ook meer richten op de kennis die bij lezers al aanwezig is of juist nog ontbreekt. Dat betekent, analoog of digitaal: meer primeurs (eigen nieuws), meningsvorming, interpretatie en achtergronden.

Zo kom ik automatisch bij de journaals terecht. Om half acht zijn kijkers vaak al op de hoogte van het laatste nieuws. Bijvoorbeeld omdat ze veel online zijn, gekeken hebben naar Politiek 24 of op televisie naar RTLZ. Ze hebben er waarschijnlijk al via Twitter over gediscussieerd, het gedeeld via Facebook of MySpace en extra informatie opgezocht via nieuwssites en blogs. Sommigen van hen doen mee en hebben via sociale netwerken als eerste zelf belangrijk nieuws gemeld. En dan heb ik het nog niet eens over de groep jongeren die zich heeft afgekeerd van nieuws. (Lees: David Mindich, Tuned Out)

Omroepen moeten zich aanpassen aan de moderne televisiekijker. En dan niet alleen door te twitteren, video’s op de website aan te bieden of door weblogs bij te houden. Ook aan de aard van de uitzendingen zal gesleuteld moeten worden, anders mist ‘Het Nieuws’ op televisie de aansluiting met de nieuwe generatie kijkers.

5 comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *