|
|
Is de naam een voorteken? Het begon met een tweet en bericht op Facebook over mijn eigen dokter.
Wat volgde was een eindeloze stroom namen en beroepen. Nomen est omen… Zegt je naam iets over je lot? Hmm… natuurlijk werkt meneer Honing als imker, is de heer Schaaf vertegenwoordiger van kaaswinkels en meneer Vullings tandarts. Maar chirurg Hakman? Slager Bakker?

Aan jullie het oordeel. Allereerst maar de lollige, voor de hand liggende combinaties die binnenkwamen: Monique Somers van het KNMI (ik moest opeens weer denken aan Diana Woei). ‘Ooit op redactie van het Agrarisch Dagblad: Jeen Akkerman, Jeroen de Koe en Simon Roos. Dat is geen toeval meer…’. Hein Graat is visboer en Piet Sinke bergt schepen. Duh! ‘Ook mooi is schildersbedrijf Van der Nat – bekend van de briefjes Nat, van der Nat.’ En meneer Van der Gun is uiteraard werkzaam op de politieacademie.
Tja, wat zegt die naam nou hè? Adrienne raakte 20 jaar geleden in de war toen ze brood haalde bij bakker Slager… en er vervolgens een slager in de buurt kwam die Wittebrood heette. Ja hallo! Dat klopt dus niet he?! Dat geldt ook voor de meeste genoemde combinatie: Benno Baksteen, voormalig voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Verkeersvliegers.
Pas goed pijnlijk werd het bij de afdeling gezondheidszorg. Al viel dat voor Menno van Wichen nog mee. Zijn zoon heeft binnenkort een afspraak met een oogarts dokter Genezen… Dat komt wel goed! Dat geldt trouwens ook voor Rosita Custers: ‘De osteopaat van m’n partner heet dokter Bot.’ Hoe anders is het voor Jon Zegerius, die in Amsterdam chirurg Hakman heeft en co-assistent de Vleeschhouwer. Persoonlijk heb ik zo mijn twijfels bij de gynaecologen: Dr. Poeschmann, Lips, Hooker. Prachtig natuurlijk is dr. Vrouwenreadt. Zou jij trouwens in je laten snijden door een chirurg met de naam Oei? Tot slot het schaamrood op de kaken van Rene: ‘In AZM Maastricht is kinderarts, Dr. de Neucker…. Je durft je bij balie toch amper aan te melden (’We hebben een afspraak met..…’)’
Wat te denken van de huisartsen? Sicking en Kistemaker. Of, zoals Peter Huigen zegt: ‘Wij hadden een huisarts Kerkhof in het dorp. Je snapt wel dat mijn ouders destijds voor een andere huisarts hebben gekozen…’
Goed, klaar voor de tandartsen? De dames en heren Rotteveel, Snoep, Tang, Beugelink, Kroon, Bleek, Vullings, Boor, Kraak, Auw en Demartelaere (!) Oh en de verstandskiezen van Bram zijn getrokken door Dr. Schade. Het gaat inmiddels wel weer met Bram. Nee, dan de tandarts van collega Liselot Thomassen, die heette Dokter. Dat voelt toch beter.
Ook bij de afdeling rekenen en geld een aantal pareltjes. De financieel manager in het ziekenhuis met de naam Korten. En Cor: ‘Ik heb ooit college statistiek gevolgd bij dhr. Geluk en boekhouden bij dhr. Krediet. Of Daan: ‘Ik had een collega accountmanager en die heette Korting.’ Draakmug droeg bij op het geestelijk vlak en kwam met de plaatselijk pastoor die Groot-Zevert heet. In de naburige gemeente hadden ze ooit een dominee De Pater. Oh, en ik kwam Van den Hemel nog tegen… kapelaan en de vertegenwoordiger van Monuta is uiteraard meneer Kist.
En dit was nog lang niet alles! Nou ja, ik moest kiezen. De winnaars wat mij betreft:
1) De rijleraar van Anneke van Wolfswinkel was meneer Botse.
2) En Yannick bestelt elke zaterdag na het voetbal een patatje bij kantinemedewerkster Majo.
3) Sander Zielhuis kent een PR-man bij een verzekeringsmaatschappij in Zwolle die Gubbels heet.
4) De bedrijfarts van Marthyn Mol… Dr. H. Chou.
Denkend aan Holland zie ik brede vrouwen traag door oneindig grasland gaan… Eens in de zoveel tijd staan er van die grote exemplaren op het programma. Dan stappen we wat nukkig in de auto voor een reis naar het grauwe Geuzenveld, daar waar de vrouwen zich scheren en zelfs de trein niet stopt. In een verlaten hoek staat er de verweerde thuisbasis van P&T. Gebouwd in de vorige eeuw, toen Post en Telegrafie nog snel en hip was.
Op een slaperige herfstochtend in september mochten we weer. De koffie stond klaar, al de hele dag, op zo’n gezellige warmhoudplaat. We namen plaats in de kleedkamer, sjorden wat aan onze kousen en sloften uiteindelijk naar het veld. Daar stonden ze; briesend, snuivend, de tong uit de mond. Een Nieuw-Zeelandse haka in het hoge gras van Geuzenveld. Vrouwen met beminnelijke namen zoals Bep en Cora. We spraken elkaar moed in. ‘Zet je schrap, ze komen van achter, je hoort het op tijd.’ *bonk bonk bonk* Het geluid van een op drift geraakte kudde bizons. 
We hadden die razende horde misschien moeten overvallen met spetterend combinatievoetbal. Ze gecontroleerd laten komen, om de oren slaan met bijtende counters. Mjah… het liep anders. Het kon namelijk best aardig voetballen. We kwamen amper over de middenlijn. Eenmaal voorbij die lijn stuitten we op bijzondere folklore: oud-hollandsch baffen. Een gekkie met een vlag riep dat we zijn reet konden likken. Het bleek de grensrechter te zijn. Ik kende de gewoonte niet en heb vriendelijk bedankt. Je wilt zo’n man immers niet in verlegenheid brengen, hij staat daar ook maar in zijn vrije tijd. Het lukte ons uiteindelijk ook de vlag te passeren en scoorden zelfs 2-1. Dat voelde goed, zo vlak voor rust. We namen ons van alles voor in de kleedkamer; vroeg druk zetten, compact spel, rust op het middenveld… Nou ja, je kent het wel. Wat kan ik er verder over zeggen? We kwamen uiteindelijk net iets te kort… techniek, snelheid, speelsters, conditie en gewicht. Het werd 7-1. Die tegengoals vallen gewoon altijd op een heel vervelend moment… oh en het gras was ook veuls te lang voor ons tikkie-takkie voebal. Dus.
Ze worden steeds jonger, hebben billen op stokjes en ellebogen die priemen. Ze giechelen achteloos de slotjes op hun beugel bloot en stuiteren over het veld als woeste veulens dartel in de wei. Het zijn de meisjes van de overkant. Het verjongde eerste elftal van De Meer. Net volgroeide broedsels met tomeloos veel energie en een lijf vol onstuimige hormonen. Ik heb er niet een zien zweten, horen hijgen ook niet trouwens.
En wij? Wij waren loom, wreven de slaap uit onze ogen. Hier en daar stonden wat onwillige grijze kruinen hoog op het achterhoofd. Te weinig slaap. Te vroeg. Te oud. Te warm. En het laatste biertje van de avond ervoor protesteerde. Seconden na het eerste fluitsignaal kroop er al iemand hyperventilerend over de achterlijn. ‘Eerst scoren dan kotsen’ is dit seizoen het motto. Het heeft ons in de beker al ver gebracht. Tegen De Meer moest er nog een tandje bij, ‘misschien wel twee tandjes’ hoorde ik Roemer proberen. Het was de dood of de gladiolen! Of zoals Johan altijd zegt: ‘Als je niet ken winnen, moe je zorgen dat je niet verliest.’ Da’s logisch. We wierpen ons vrouwmoedig voor de bal en strompelden naar het eind van ons latijn en terug. Langs de lijn ontstond ondertussen een waar veldhospitaal. We hielden knap stand, maar man-o-man wat kwamen we gehavend uit de strijd. Zaterdag spelen we tegen de oude postkolossen uit Geuzenveld. Heeft iemand een helm te leen?
Lijsttrekkers die na het zoveelste debat als gebakken spekjes de studiovloer verlaten… collega Joost Vullings omschreef het vanochtend treffend. En hoe ben jij eraan toe? Heb je als kiezer wat gehad aan al die debatten? Het waren er acht, in drie weken tijd. De lijsttrekkers gingen langs bij Knevel & Van den Brink en het Jeugdjournaal. Er was het Premiersdebat bij RTL, het Radio 1 lijsttrekkersdebat, het Erasmusdebat bij EenVandaag en natuurlijk het grote knoppenspektakel in Carré. De debattenreeks begon en eindigde bij de NOS op televisie.
“Je kunt hier spreken van debat-inflatie”, zegt campagnedeskundige Hans Anker in het Radio 1 Journaal. ”Zet twee politici aan tafel en het heet een debat. Het zou beter zijn om de Nederlandse kiezer op te voeden door te laten zien wat nu echt een debat is.” Volgens Anker lijden omroepen ook nog aan formateritis. Ze kiezen voor knellende vormen, de rode en groene knoppen… alles om de kijker of luisteraar vast te houden.
Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut, houdt van het debat. Maar zelfs voor hem was het te veel van het goede. “Het voegt niet zoveel toe en je ziet dat in die debatten telkens dezelfde thema’s terugkomen. Je kunt van de lijsttrekkers niet verwachten dat ze dan steeds met iets nieuws komen.” In zijn boek Een feest voor de democratie wijst ook hij op de sturende en knellende formats van de programmamakers. Een van de belangrijkste doelen van een verkiezingsdebat is het informeren van de kiezer, schrijft Van Grieken. Maar dat democratische doel komt regelmatig onder druk te staan. De programmamakers hebben namelijk een eigen deelbelang… de kijkcijfers. De debatten moeten spannend, emotioneel en te behappen zijn, anders haken kijkers en luisteraars af is de gedachte.
Volgens Anker en Van Grieken zouden we eens naar Amerika moeten kijken. Daar organiseert de Commission on President Debates de debatten. Zij onderhandelen met de campagneteams van de Republikeinen en de Democraten over het aantal debatten en op welke momenten die plaatsvinden. Ze maken samen ook afspraken over de locaties en de vorm. Een groot verschil met Nederland, waar de omroepen een leidende rol hebben, tal van debatten organiseren en politici al dan niet komen opdraven. Toegegeven, het is wat lastig onderhandelen met elf gevestigde partijen, maar toch.
We legden het pleidooi van beide heren toch maar even voor aan D66-lijsttrekker Alexander Pechtold. Hij wil in ieder geval na de verkiezingen discussie over de afgelopen weken. “Het was wel erg druk met debatten.” Volgens Pechtold moeten politiek en journalistiek erover nadenken. “Daarin hebben we samen een verantwoordelijkheid.”
Luister hier de interviews met Pechtold, Van Grieken en Anker terug.
De kinderen van Henk en Ingrid kunnen beter op een andere partij dan de PVV stemmen. Ik legde het vanochtend in het Radio 1 Journaal voor aan Geert Wilders. Hij had de luisteraars even daarvoor herinnerd aan de CPB-doorrekening van het PVV-verkiezingsprogramma, die goed uitpakte voor zijn partij.
 Wilders vanochtend | Foto: Vincent Rietbergen (NOS)
Wat Wilders niet vertelde was dat CPB-directeur Teulings ook nog wat anders had geconcludeerd. Namelijk dat het vooral goede resultaten zijn op de korte termijn. Wat voor effect hebben de plannen van Wilders op de zorg, de woningmarkt, de AOW in de toekomst? Econoom Sylvester Eijffinger wijst in De Telegraaf op de beperkte houdbaarheid van het PVV-programma. “De PVV doet bijvoorbeeld niets aan de structurele hervormingen die nodig zijn om de economie gezond te maken. Ze laat de AOW-leeftijd ongemoeid, komt niet aan het ontslagrecht en laat de hypotheekrenteaftrek intact. In de CPB-modellen leidt dat tot positieve resultaten voor groei en werkgelegenheid, maar alleen voor de komende kabinetsperiode. Op lange termijn werken de PVV-plannen niet.” Henk en Ingrid kunnen dus als ze 65 zijn gewoon met pensioen bij de PVV. De vraag is of er voor de kinderen van Henk en Ingrid straks ook nog AOW is. Ik legde het aan Wilders voor. Hij zuchtte even… deed het af als een theoretische discussie. Uiteindelijk richtte hij zijn pijlen op de VVD: “Als je denkt dat over 30 jaar de problemen opgelost moeten worden dan stem je op de VVD, wil je dat de problemen nu worden aangepakt dan moet je bij mijn partij zijn.”
Tja, wat moeten we daar van maken? Het lijkt er in ieder geval op dat de kinderen van Henk en Ingrid echt iets te kiezen hebben op 12 september.
Klik hier voor het hele interview met Wilders
‘Moskou erkent wapenzending Syrie’, ik scan het artikel achteloos… een beetje murw gebeukt door het aandhoudende slechte nieuws over Syrië. Maar dan valt mijn oog op de laatste alinea.
‘Dat Rusland wapens en materieel levert aan Syrië is niet verboden, omdat er geen wapenembargo tegen Syrië is. Rusland is een van de landen die dat blokkeren.’

Ik denk aan Yossarian uit Catch-22 van Joseph Heller. Hij probeert onder gevechtsmissies uit te komen door zichzelf krankzinnig te laten verklaren. Zijn behandelend arts vindt juist dat hij met deze actie blijkt geeft van een rationele geest. Als je zo verstandig bent kan je niet krankzinnig zijn. Yossarian is gezond oordeelt de arts en dus moet hij vechten. Een absurde en gekmakende vicieuze cirkel…
Sinds het begin van de opstand, vorig jaar maart, zijn meer dan 15.000 mensen omgekomen. Het Syrische Observatorium voor Mensenrechten gaf die cijfers vandaag vrij.
Licht filosofische bespiegeling in NRC… Wat als je alles loslaat dat je leven bepaalt? Wat zou die vrijheid met je doen?

Voor een rubriek in De Volkskrant kreeg ik wat dilemma’s voorgelegd door journaliste Evelien Flink. In de krant van zaterdag 25 juni (in het katern V) het resultaat. Bekijk het hier. De foto is gemaakt op een mooie plek in het Westerpark in Amsterdam. Mensen laten daar graag hun hond uit. Nou waaide het nogal die middag en de letters O en F waren daar niet tegen bestand. Plof! Daar ging de witte O. Het arme ding landde op zijn ruggetje… in een fraaie pas gedraaide hondendrol. Nou ja, laten we zeggen dat de sessie met fotograaf Frank Ruiter gewoon wat langer duurde dan normaal.
Het idee begon toen ik een paar maanden geleden mijn telefoon in de plee liet vallen. Ik was anderhalve dag verstoken van mobiel internet en vroeg me af hoe het zou zijn als dat langer duurde. Ik liet er mijn gedachten over gaan maar deed er verder niets mee. Wel las ik artikelen over wat het gebruik van sociale netwerken doet met ons brein en schreef er vorige maand nog een blogje over (Hypergeluk op een feestboek).
Nu is het moment aangebroken voor een experiment. Hoe is het om als fervent gebruiker van sociale netwerken, een week of langer sociale media links te laten liggen? Ik begin voorzichtig, je moet het tenslotte niet overdrijven. Tot dinsdag onttrek ik me van Twitter en Facebook. Dus geen berichtjes, foto’s, reacties en geen sneak peeks. Niet voor de NOS en ook niet privé. Ik ben benieuwd wat zo’n week me brengt. Trekt er een weldadige, heilzame rust over me heen of word ik knettergek van het niet kunnen deelnemen, het niet ‘gebruiken’? En wat mis ik eigenlijk? Dinsdagochtend ben ik er weer, klokslag 4 uur. Ik doe dan uiteraard via Twitter en Facebook verslag van mijn bevindingen. Tot dan dan!
Waarom delen we via sociale media eigenlijk geen foto van de ingang van het Riagg als we naar binnen lopen voor de wekelijkse afspraak met onze therapeut? Ik vraag het me af terwijl ik op Facebook een foto plaats van al weer een gelukzalig moment in mijn leven.
Steeds vaker geldt dat de ervaring zonder zo’n foto minder betekenis heeft. Het beeld is het bewijs van een enerverend en blij bestaan dat we groots en meeslepend leven. Het delen met ‘vrienden’ geeft extra waarde aan de gebeurtenis. Het is een bijna compulsieve neiging, een zoektocht naar erkenning en bevestiging van wie we zijn en wat we doen. De waarde van de ervaring neemt toe als we haar delen met anderen, als we anderen kunnen betrekken bij die ervaring. En misschien nog wel belangrijker, de betekenis van de ervaring neemt af als we het niet doen. Het ambivalente van dit alles is dat we door het registreren steeds opervlakkiger ervaren… we zijn immers druk bezig met het vastleggen van het moment op film of foto en vervolgens met het delen via sociale netwerken. En dus zijn we niet meer volledig met onze gedachten en zintuigen bij de gebeurtenis zelf, we zijn maar half aanwezig in het hier en nu. Nicholas Carr schreef erover in zijn boek The Shallows: What the Internet Is Doing to Our Brains. Internet noemt hij een medium dat vluchtig en oppervlakkig maakt. We multitasken, maar doen niets meer echt met overtuiging. Het leidt ons naar collectieve ADHD meent Carr. Sociale media, zoals Facebook en Twitter, versterken dat proces, zo zei hij onlangs in De Volkskrant: ‘Juist de sociale netwerken leiden je af, omdat ze je voortdurend voeden met kleine stukjes informatie. Ze zijn het meest verleidelijk.’

Wat we vervolgens delen met anderen is ook nog eens zeer selectief. Hierdoor ontstaat een vertekend beeld van de werkelijkheid. Het gaat op sociale media vrijwel nooit over de zelfkant van het leven. Over eenzaamheid, onzekerheid of angst. Nee, we plaatsen geen foto vanuit de wachtruimte van het Riagg met de tekst: ‘Pom-ti-dom, wacht op mijn wekelijkse afspraak met therapeut. Gaan het vandaag hebben over de leegte die ik soms voel.’ We delen wel de zonsondergang, het gezellige etentje of de laatste film die we hebben gezien. Die altijd vrolijke, gelukkige maar oppervlakkige facebook-werkelijkheid waarin voortdurend van alles gaande is, verandert langzaamaan de perceptie van ons zijn. Ongelukkig zijn wordt steeds meer een onacceptabele afwijking. We leren af dat een naar gevoel ook onderdeel kan zijn van een normaal leven. We leren ook af om te gaan met tegenslag, want ongeluk past niet. De Amerikaanse kinderarts Gwenn O’Keeff wijst op het gevaar hiervan voor onzekere kinderen, zij ontdekte de Facebook depressie. Al die foto’s en berichten van gelukkige ‘vrienden’ die van alles meemaken, maken kinderen nog meer onzeker over hun eigen leven. Er is volgens andere kinderartsen ook wel wat positiefs te melden, voor jongeren die wat stabieler zijn geeft Facebook namelijk juist een gevoel van verbondenheid.
Maar terug naar dat vertekende beeld. Socioloog Jean Baudrillard zag het al bij de komst van soaps. Zijn redenering: we verliezen steeds meer het contact met de echte wereld omdat we onze werkelijkheid baseren op dat wat we zien op televisie.
The very definition of the real has become: that of which it is possible to give an equivalent reproduction…The real is not only that what an be reproduced, but that which is always already reproduced: That is, the hyperreal…which is entirely in simulation.
Na het zien van de soap verlangen we naar dat enerverende leven met een aanhoudende spannende cliffhanger. We maken daarbij een absurde cirkel; het oppervlakkige leven van de hoofdpersonages in soaps is losjes gebaseerd op de werkelijkheid, het spannende leven uit de soap wordt vervolgens nastrevenswaardig en gecopieerd en uit die nieuwe werkelijkheid putten de makers van soaps vervolgens weer…weet jij nog wat echt is? Deze hyperrealiteit ontstaat ook door wat we delen op Facebook en Twitter. We proberen de zorgeloze feeststemming, die we bij vrienden zien, te benaderen. En in die poging verandert ons gedrag. Grote teleurstelling natuurlijk als we de discrepantie ontdekken tussen de ‘echte’ realiteit en die op sociale media. Want al die overdadige vrolijkheid blijkt toch minder makkelijk maakbaar en haalbaar. Maar ja, die teleurstelling kunnen we dan weer niet delen met onze ‘vrienden’ op Facebook…
|